Psittacose

Papegaaienziekte (door medici Psittacose genoemd) ontstaat doordat iemand besmet is geraakt met de bacterie Chlamydophila psittaci.

De bacterie:
De hoofdzakelijke dragers van Chlamidophila psittaci zijn papegaaien, wilde vogels, duiven en pluimvee, maar het schijnt dat hij ook gedragen kan worden door andere soorten vogels.

De bacterie komt ook voor op andere dragers, maar heeft dan een andere wetenschappelijke naam.

  • C. abortus => wordt gedragen door schapen en geiten. Zwangere vrouwen wordt geadviseerd om in de lammertijd stallen te mijden
  • C. felis => wordt gedragen door katten. De overdracht op mensen is uiterst klein.
  • C. caviae => Wordt gedragen door cavia’s. Er zijn “nog” geen gevallen bekend van overdacht op de mens

De besmetting:
De bacterie zit in ontlasting, oogvocht of neusslijm van een besmet dier. Als dit opdroogt ontstaat er stof, dat door inademing in het lichaam van de mens terecht kan komen. Dit kan bijvoorbeeld al gebeuren door het schoonmaken van de hokken, maar ook van een vogel die niest in het gezicht van de liefhebber. Het inademen van dit stof hoeft overigens niet te betekenen dat men ook ziek wordt van deze bacterie. Wordt men er wel ziek van, dan nog wil dit niet automatisch zeggen dat men er veel last van krijgt. Bij sommige mensen gaat het voorbij alsof ze een licht griepje hebben.

Nadat men besmet is geraakt met de bacterie wordt men niet gelijk ziek. Het kan van tussen de 1 tot 4 weken duren (incubatietijd) voordat men iets kan gaan merken van de besmetting.

Wie kan besmet raken:
Iedere liefhebber kan besmet raken met deze bacterie. Dus uitspraken als “ik hou tropische vogels, dus mij kan het niet overkomen” kunt u naar het rijk der fabelen sturen. Hoe ik dat zo zeker weet, nou omdat ik zelf tropische vogels hou en op een of andere manier toch besmet ben geraakt. (zie menu aan de linkerzijde onder “persoonlijke ervaring met papegaaienziekte) Mocht je een keer besmet zijn geraakt, dan bestaat er altijd een kans dat je het nog een keer oploopt.

Ziekteverschijnselen:
De bacterie kan de volgende klachten en verschijnselen veroorzaken;

  • Griepverschijnselen
  • Hoge koorts met koude rillingen
  • Erge spierpijn (in nek en rug)
  • Benauwdheidsklachten
  • Hoesten en zweten
Hij kan zelfs een longontsteking veroorzaken die gepaard kan gaan met kortademigheid.

Voorkomen besmetting:
Om te voorkomen dat u besmet raakt me de bacterie kunt u een aantal voorzorgsmaatregelen nemen

  • Maak regelmatig uw hokken schoon. Dit voorkomt verspreiding van dier op dier. (dieren pikken namelijk in de ontlasting)
  • Ventileer (regelmatig) uw hokken om rond dwarrelend stof te voorkomen
  • Maak voordat u de hokken schoonmaak de bodem eerst vochtig. Hiermee voorkomt u opdwarrelen van stof tijdens het schoonmaken.
  • Draag een mondkapje om inademing te voorkomen

Behandeling van de vogel:
Mocht u vermoeden dat er vogels besmet zijn. Raadpleeg dan een dierenarts. De dierenarts kan middels een test de aanwezigheid van Chlamydophila psittaci aantonen.

Mocht de vogel inderdaad besmet zijn, dan volgt een medicijnkeur om de bacterie te bestrijden.

Behandeling van de mens:
Mocht een mens besmet zijn geraakt met Chlamydophila psittaci dan is het niet altijd noodzakelijk om de bacterie te behandelen. Alleen mensen die lichamelijke klachten ondervinden zullen behandeld worden.

Omgang met omgeving:
Als een besmet persoon zich goed voelt, mag hij gewoon in contact komen met andere mensen. Overdracht van mens op mens is niet aanwezig.

Vragen:
Mocht u naar aanleiding van voorstaand verhaal nog vragen hebben, neem dan contact op met uw eigen huisarts. U kunt ook contact opnemen met de GGD in uw eigen regio.