Allergic Alveolitis (duivenkwekerslong)

Allergic Alveolitis wordt veroorzaakt door het inademen van het stof van uitwerpselen van de vogel en/of veerstof

De bacterie:
De bacterie is aanwezig in het dierlijk eiwit en wordt verspreid door het stof, dat ontstaat door het indrogen van de ontlasting. Daarnaast verspreid de vogel veerstof tijdens het vliegen waarin deze bacterie ook aanwezig is. Door de inademing van de bacterie ontstaat een ontsteking aan de longblaasjes.

De besmetting:
Door het reinigen van de kooi wordt het stof van de ontlasting in beweging gebracht en gaat rond dwarrelen. Op dat moment ket het ingeademd worden. Daarnaast kun je het veerstof gewoon in de dagelijks omgang met de vogels inademen. Door het stoppen van inademing, zal er toe lijden dat de verschijnselen afnemen en verdwijnen. Mocht men besmet zijn en de inademing blijft doorgaan, dan kan er op den duur een chronische besmetting ontstaan. Heeft men eenmaal een chronische besmetting, dan rest er geen andere keuze dan het contact met vogels volledig vermijden.

Wie kan besmet raken:
Iedereen kan besmet raken met deze bacterie.

Ziekteverschijnselen:
De bacterie kan de volgende klachten en verschijnselen veroorzaken;

  • Hoesten
  • Moeilijk ademen
  • Koorts
  • Koude rillingen

Voorkomen besmetting:
Om te voorkomen dat u besmet raakt me de bacterie kunt u een aantal voorzorgsmaatregelen nemen

  • Maak voordat u de hokken schoonmaak de bodem eerst vochtig. Hiermee voorkomt u opdwarrelen van stof tijdens het schoonmaken.
  • Draag een mondkapje om inademing te voorkomen
  • veelvuldig besproeien van de vogels voorkomt verspreiding van veerstof
  • Installeren van een ionisator
  • Goed ventileren van de ruimte

Behandeling van de vogel:
De vogel kan hier niet tegen behandeld worden.

Behandeling van de mens:
Mocht een mens besmet zijn geraakt dan zullen de klachten vanzelf verdwijnen, als het inademen van het stof wordt vermeden.

Omgang met omgeving:
Als een besmet persoon zich goed voelt, mag hij gewoon in contact komen met andere mensen. Overdracht van mens op mens is niet bekend.

Vragen:
Mocht u naar aanleiding van voorstaand verhaal nog vragen hebben, neem dan contact op met uw eigen huisarts. U kunt ook contact opnemen met de GGD in uw eigen regio.